Léo Somerhausen (°1894 - + 1918)

Léo Somerhausen is op 19 augustus 1894 te Brussel geboren en op 4 augustus 1914 vervoegt hij het leger als infanterist. Na enkele jaren studies in de Rechten en een zwerversleven geleden te hebben, treedt hij in een quasi mystieke impuls  ten dienste van het Vaderland. Hij wordt benoemd tot motorrijder in het Vierde Legerdivisie, en op 28 september 1918 sneuvelt hij toen hij een opdracht uitvoerde bij Diksmuide.

Zijn litterair werk is uitsluitend gewijd aan de oorlog. Hij verzond zijn brieven vanuit het Front onder zijn naam en onder verschillende schuilnamen aan kranten en tijdschriften die tijdens de oorlog gepubliceerd werden. Een heel mooi bundel  « Proses et poèmes écrits au front » werd in 1921 uitgegeven. Zijn schrijfkunst toont zijn gemak om te schrijven, zijn grondige kennis van de Franse taal en zijn persoonlijke stijl die hem toelaten het onbeschrijfelijke in woorden te vertalen.

Hierna volgt een uittreksel uit zijn tekst « In memoriam », daterend uit de periode van de terugtocht uit Antwerpen:

… « Gens de toutes classes et gens de tous métiers, hommes de tout âge et de toutes contrées, bourgeois et vilains et nobles écussonnés qui maniaient la toge, la pelle, ou l’épée, jouvenceaux arrachés des jupes de leurs mères, adultes embroussaillés de barbe, parce que célibataires, et qu’un chacun doit se saigner d’argent ou de sueur quand clament les tocsins ! ceux de Wallonie, de Brabant et de Flandre, tous ceux qu’élut le Destin, ou qui d’eux-mêmes t’offrirent leurs mains, ô mon pays, pour te défendre ! tous, en un même troupeau parqués, marchent hâves, désespérés, vers on ne sait où, vers quelles terres, vers quelles neuves sources de misères, tel Ahasver, le Juif errant ! Et chaque pas fait en avant, c’est un lambeau de la Patrie qu’on jette en pâture à l’ennemi ! Le fusil pèse comme un remords, le sac meurtrit la chair exténuée. D’aucuns chancellent, saouls d’épuisement ! Aux bords des routes s’amoncellent des corps crispés d’agonisants ! La nuit est sonore de râles et de plaintes, le sommeil de la mort vous traque, et l’esprit se tend comme un arc pour résister à son étreinte ! On marche, on marche, on marche, vers où, vers quelle arche ? … Comme le peuple de Jehovah errant part dans le désert, nous implorons ta manne, Seigneur, pour apaiser notre misère. L’heure aux carillons des beffrois semble sonner telle un glas, et tu fuis d’entre nos pas, telle l’eau d’une amphore brisée, ô douce terre où nous sommes nés ! Comme les Parques tissaient nos jours au fil de leurs quenouillées, nos pas en marche tissent la trame des champs, des routes et des bourgs, où se terreront les hordes infâmes ! ».


Prosper-Henri Devos (°1889 - + 1914)

Prosper-Henri Devos, is op 28 januari 1889 te Brussel geboren, hij was een veelbelovend schrijver toen hij op 3 november 1914 op het Front sneuvelde.

Terwijl hij een bescheiden carrière maakte aan de gemeente Anderlecht werd hij door de litteraire koorts getroffen. Voor de oorlog heeft hij zich onderscheiden door twee romans (Un Jacobin de l’An CVIII en Monna Lisa) en enkele vertalingen en aanpassingen. Eerst politiek links en dromend van sociale veroveringen, bekeert hij zich uiteindelijk tot het Katholiek geloof na een reis in Spanje. In het begin van het conflict op Belgisch grondgebied, vervoegt hij in 1914 het leger als oorlogsvrijwilliger om te trachten zichzelf te overtreffen.

Bij de aankondiging van zijn dood, rouwden zijn tijdgenoten om hem omdat « son avenir semblait sûr : il eût été une des figures étincelantes de sa génération », zo schreef J.-H. Rosny senior, auteur van science-fiction romans. De stijl van  Devos getuigt van een fijne schrijfkunst en van een subtiele psychologie. Maar de soldaat schrijver heeft geen tijd gehad om over de oorlog te schrijven, hij sneuvelde op jonge leeftijd.

Jean De Mot (°1876 - + 1918)

Geboren te Brussel op 26 augustus 1876, Jean De Mot is de zoon van de Brusselse burgemeester, Émile De Mot, en kleinzoon van de stichter van de St-Hubertusgalerijen. Na zijn studies aan de ULB en aan de Universiteit van Bonn, na zijn doctoraat aan de ULB in de Klassieke filologie, wordt hij aan de Koninklijke Musea van het Jubelpark en aan de Franse School van Athene benoemd. In de hoedanigheid van conservator, maakt hij zich bekend door een actief aanwinstbeleid et een vruchtbare wetenschappelijke productie. Als secretaris van de Société royale des Beaux-Arts, organiseert hij verscheidene tentoonstellingen te Brussel.

Bij het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914, vervoegt hij het leger als oorlogsvrijwilliger. Hij wordt tot luitenant observateur bevorderd in het luchtballonkorps, hij observeert de vijand, zijn troepenbewegingen en zijn geschut, vanuit een luchtballon. Hij sneuvelt op 15 oktober 1918 te Passendale, tijdens één van de laatste gevechten met de Duitsers, enkele weken voor de Wapenstilstand. Een herdenkingsplaat is in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te bezichtigen.

Jean De Mot is de auteur van een reeks wetenschappelijke publicaties, maar hij is eveneens een soldaat schrijver, die het drama van het Front waar hij later ging sterven, vereeuwigd heeft.

Hierna volgt een uittreksel uit zijn tekst Lampernisse, reeds in 1915 in een speciale uitgave van het Franse tijdschrift « L’Art et les artistes : revue mensuelle d’art ancien et moderne », aan het gekneusde België gewijd, gepubliceerd. Deze grote intellectueel heeft in een ontroerende en dichterlijke stijl, de verwoesting en de verlatenheid van de Ijzer vlakte beschreven.

À un coude de la route, dont les grands arbres sont courbés par le vent de la mer, la tour de Lampernisse apparaît ramassée et farouche. On dirait une sentinelle avancée à l’entrée du champ de bataille. Par delà, c’est la plaine infinie de l’Yser avec des tas de décombres, d’où émerge parfois la silhouette déchiquetée d’un clocher. Jadis ce furent des villes et des villages, Nieuport et Dixmude, Pervyse, Ramscapelle, Oostkerke – noms inconnus hier, illustres aujourd’hui. Les toits rouges et les murs blancs des fermes tranchent sur le vert émeraude des prairies. Les rangées d’arbres, décimées et appauvries, conduisent les routes vers le pays occupé. Le miroir des inondations brille au loin, bleu ou gris, selon les aspects changeants du ciel immense. Constamment, les fumées blanches ou noires des obus picotent le paysage de taches mouvantes. Le canon gronde, assourdi ou proche. Et cependant, dans les pâturages humides, les vaches, paisiblement, ruminent.

Devant son église éventrée, au milieu du cimetière dévasté, parmi les pauvres maisons ruinées du hameau, la tour de Lampernisse évoque l’image de la Niobé, debout encore et menaçante parmi les cadavres de ses enfants. Seule elle est restée, presque intacte, à peine écornée par la mitraille qui fait perpétuellement rage autour d’elle.

Elle est représentative du type de ces vieilles tours en briques de la région maritime, flanquée de contreforts massifs, accostée de la tourelle d’un escalier en pas-de-vis, percée de hautes fenêtres en ogive et couronnée d’un clocher d’ardoises, entre de minuscules poivrières. C’est l’impression rustique de cette altière architecture dont les Halles d’Ypres étaient, naguère, le plus admirable spécimen, et qui rappelle, dans les constructions civiles et religieuses, le caractère guerrier de la grande époque communale.

Het geheugen van de soldaten schrijvers

  De "Association (française) des Écrivains combattants" werd in 1919 gesticht en verzamelt schrijvers die voor Frankrijk gestreden bebben en personen die hun geheugen herdenken. In het 16de arrondissement van Parijs, huldigt zij in 1928 een plein met de naam "Square des écrivains combattants morts pour la France" (onze foto).

In samenwerking met "Le Souvenir Français", wenst zij op 2 december 2016, op internationaal vlak, alle geboortesteden en gemeenten van de schrijvers soldaten bewust te maken van de belangrijkheid om in het kader van de honderdste verjaardag van de Eerste Wereldoorlog die mensen te herdenken.

"Bezet Brussel" antwoord positief op de uitnodiging, en herdenkt drie onder hen, die op het Front gesneuveld zijn: Jean De Mot, Prosper-Henri Devos en Léo Somerhausen.

Wij wijden hen een pagina van onze site met enkele van hun oorlogsteksten.


http://le-souvenir-francais.fr/non-classe/lhommage-national-aux-560-ecrivains-combattants-de-la-grande-guerre/

Monument ter herinnering van de 3012 spoorwegmannen gevallen voor het vaderland in 14-18 en 40-45, in het Centraal Station te Brussel (kunstenaar: Fernand Debonnaires).

Monument in het station van Schaarbeek te Brussel (nu "Train World").