Vaderlandse inzet

Vanaf het begin van de oorlog, op 4 augustus 1914, tot de bezetting van de hoofdstad op 20 augustus 1914 werken talloze Brusselse mannen en vrouwen mee in de geïmproviseerde medische diensten om de gewonden van het front, uit de provincies Antwerpen en Luik, op te vangen.

inzet Later – tijdens de bezetting van de stad – vertaalt de inzet voor het vaderland zich in de buitengewone steun van allerlei hulporganisaties, alle levensbeschouwelijke, sociale en politieke tegenstellingen ten spijt.

Regelmatig moet voldaan worden aan de behoeften van de mensen die op de vlucht zijn voor de invasie. Op andere ogenblikken dienen er, -dan weer noodzakelijke basisproducten verdeeld te worden onder de vlag van het "Nationaal Hulp- en Voedingscomité". Bovendien moeten de kinderen begeleid en beschermd worden en hebben de soldaten aan het front of hun gezinnen hulp nodig.

De inzet voor het vaderland neemt ook andere vormen aan, meer bepaald door de discrete verdeling en verkoop van kleine objecten (potloden, opsteeknaalden, porseleinen figuurtjes, enz.) die de – verboden – nationale kleuren dragen of de loyauteit aan de Koninklijke familie of de geallieerden verraden.