De Brusselaars glimlachen opnieuw en behouden hun glimlach. En terecht : de Bondgenoten rukken op en verdrijven de Duitsers. Zelfs de Duitsers geven toe in hun persberichten dat zij belangrijke Noordfranse dorpen en gemeenten verloren hebben.

Aan wie hebben zij dit succesrijk offensief te danken? Aan Maarschalk Foch.

Op zondag 18 augustus 1918, noteert de Brusselse journalist in zijn oorlogsdagboek het volgende : "Les Alliés continuent à attaquer avec ténacité entre l'Ancre et l'Oise, modifiant profondément le front de bataille : la contre-offensive du général (sic) Foch dépasse toutes nos espérances. Elle a, d'un seul coup de boutoir, refoulé les Allemands en déroute jusqu'à Roye et Noyon. Eux-mêmes avouent 30.000 prisonniers et 600 canons perdus - mais les estimations françaises, dont nous avons l'écho par les journaux hollandais, doublent ces chiffres.

"Au lendemain de la contre-offensive de Foch entre Reims et Soissons, cette attaque soigneusement préparée, adroitement dissimulée et prononcée au bon endroit avec un mordant inégalable; a dégagé largement Amiens et a remis à la disposition des Alliés la grande voie ferrée Amiens - Montdidier - Paris. Le résultat moral est plus considérable encore : elle révèle décidément le général Foch comme un chef en qui le soldat peut mettre toute sa confiance, le chef qu'il fallait à l'heure cri!tique, le chef qui a su réaliser ce que Napoléon proclamait être une des formes les plus difficiles de la stratégie : passer victorieusement de la défense à l'offensive.

"Bruxelles est métamorphosé : depuis si longtemps nous avons désappris le sourire." (Pourquoi Pas? pendant l'occupation, p. 194)


Op donderdag 31 januari 1918 kwamen alle Volksvertegenwoordigers en Senatoren, die bereikt konden worden, samen op de zetel van de Generale Maatschappij van België te Brussel om er ten eerste de tekst van het protestadres aan de Duitse kanselier von Hertling gericht op punt te stellen (hoofdzakelijk door Volksvertegenwoordiger L. Franck geschreven) en ten tweede een klacht neer te leggen bij het Hof van Beroep tegen de leden van de Raad van Vlaanderen wegens het in gevaar brengen van de veiligheid van de Staat. Deze klacht werd op 7 februari door het Hof van Beroep van Brussel bestudeerd.

Tijdens de wekelijkse vergadering van het Nationaal Comité voor Hulp en Voeding in januari 1918, heeft de voorzitter, Emile Francqui, in harde woorden de afkondiging door de Raad van Vlaanderen van een zelfstandig Vlaanderen veroordeeld. Hij stelt deze ondoordachte daad in oorlogstijd aan de kaak, juist op het moment dat België de hulp van de Bondgenoten meer dan ooit nodig heeft. 

Hij prijst ten zeerste de eenheid van het land, die in de schoot van het NCHV heerst en hij zal al het mogelijke doen om ze te bewaren "Plus que jamais nous devons faire bloc pour faire éclater aux yeux du monde entier l'inanité des tentatives criminelles de ces Belges indignes, qui se sont laissés séduire par l'or de l'ennemi."

"C'est au sein du Comité National que s'est opérée cette union qui, depuis trois ans et demi, a été féconde en bienfaits pour la population."

Indien er officiële maatregelen dienen getroffen te worden, dan zullen de Volksvertegenwoordigers, Senatoren en ambtenaren van de Ministeries de zaak in handen nemen.

Louis Franck, Antwerps Volksvertegenwoordiger, steunt ten volle de beoordeling van de voorzitter en verklaart "Vous pouvez être assurés, en ce qui concerne les populations flamandes, que, comme chez tous les Belges, au cours de cette longue épreuve, leurs sentiments de fidélité se sont approfondis et élargis." Hij herinnert aan zijn collega's dat alle Vlamingen geen Flaminganten en nationalisten zijn en dat zij gehecht zijn aan de Koninklijke familie.

Van zodra de Duitsers op de hoogte waren dat er politieke redevoeringen in een vergadering van het NCHV gehouden werden, werd de voorzitter Francqui door de Polizei verhoord. Hij heeft een uitgezuiverde versie van zijn redevoering aan een enquêteur voorgelegd en hij werd ter stond vrij gelaten.

GILLE (Louis) - OOMS (Alphonse) - DELANDSHEERE (Paul), Cinquante mois d'occupation allemande, deel IV 1918, Brussel, 1919, p. 35 - 38.