De politieke, economische en sociale toestand in Duitsland was catastrofaal, er moest zo vlug mogelijk een einde komen aan het oorlogsgeweld. De Duitse bevolking eiste vrede. De oude bondgenoten van Duitsland, het  Ottomaanse Rijk en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk hadden reeds een wapenstilstand getekend en waren uit de oorlog gestapt. De Dubbele Monarchie bestond niet meer, zij was vervangen door nieuwe onafhankelijke staten.

Na één maand onderhandelingen tussen de Duitse afgezanten en de Bondgenoten, bereikte een wapenstilstandscommissie, door een burger geleid, Matthias Erzberger, van de Zentrum Partei, en beschermd door een grote witte vlag, de eerste Franse linies in de nacht van 7 op 8 november 1918. Vervolgens werden zij naar een station geleid, van waar zij met een trein naar het bos van Compiègne vervoerd werden. In een open plaats in het bos te Rethondes ontmoeten zij maarschalk Foch in zijn persoonlijke trein. De zogezegde onderhandelingen gaan onmiddellijk van start. De Bondgenoten lezen de voorwaarden aan de Duitsers gesteld, die enkel het recht hadden om vragen te stellen maar niets te wijzigen aan de voorwaarden. De Duitse afgezanten waren voor een voldongen feit geplaatst.

Na de troonsafstand van de Kaiser en de afkondiging van de Republiek, vroegen de Bondgenoten zich of de afgezanten daadwerkelijk de nieuwe regering vertegenwoordigden. De Wapenstilstand werd op maandag 11 november 1918 om 5u15 s'morgens getekend en kwam in voege om 11u00 stipt.

Om 11u00 zwegen de kanonnen, een doodse stilte heerste op het Westers front. Een oorverdovende stilte, heel ongewoon voor de soldaten van beide kampen die gedurende vier jaar lang kanongebulder, geschreeuw en geweerschoten gehoord hebben.


Ondanks het verdrag Sykes-Picot over de verdeling van het Ottomaanse Rijk, vallen de Britten Mossul aan, waar er nog een Turks garnizoen aanwezig is. De Turken geven zich over aan het leger van generaal A.S. Cobbes. Van nu af aan zijn de olievelden Brits bezit. Zo eindigt de militaire campagne in Mesopotamië.

Het Eerste Amerikaanse leger onder het bevel van generaal Hunter Ligget hervat zijn opmars in noordelijke richting en baant zich een weg door de Duitse verdedigingslinies bij Buzancy. Hierdoor kan het 4de Franse leger de Aisne oversteken.

De Duitse verdediging stort in elkaar en de Amerikaanse troepen trekken snel door de Maasvallei in de richting van Sedan, dat zich op 6 november overgeeft. Tot op 11 november 1918 werd er nog terreinwinst geboekt. Het offensief werd op Wapenstilstandsdag gestopt.

De Amerikanen hebben 117.000 manschappen (doden, gewonden en gevangenen) verloren sinds het begin van het offensief, op 26 september 1918.

De Duitse volksrevolutie van november 1918 is het resultaat van een misverstand. Op 29 oktober 1918, had de Hochseeflotte in de havens Kiel en Wilhelmhafen gebaseerd, de opdracht gekregen een zelfmoord aanval uit te voeren tegen de Royal Navy voor de Duitse Noordzeekust. Bij de matrozen deed een gerucht de ronde volgens de welke de marine officieren van plan waren een nutteloze aanval uit voeren tegen de Britten om de eer van de Duitse zeemacht hoog te houden. Dit verklaart waarom de bemanningen  van de slagschepen overgegaan zijn tot muiterij : zij weigeren hun dienst te doen, zij doven de stoomketels en hijsen de rode vlag. In de Duitse havens vallen er geen doden of gewonden bij de officieren, in tegenstelling tot wat er in 1917 in Kronstadt en in Sint-Petersburg gebeurd is. Net zoals de Franse muiters uit april - juni 1917, hebben de matrozen gestaakt om niet voor niets te sterven, althans niet om de eer van de hogere officieren te beschermen.

De muiterij is omgeschakeld in revolutie, toen de leiders werden opgepakt. Op 1 november 1918 worden de eerste matrozenraden (soviets) gevormd in Kiel om tegenmaatregelen te treffen. Op 3 november 1918 betogen 3000 matrozen geweldloos op de paradeground van de zeemachtbasis om de bevrijding van hun kameraden te eisen; een militaire patroelje nadert en schiet op de betogers: 9 matrozen worden gedood! s'Anderendaags worden de kazernes door de leden van de soldatenraden ingenomen, zonder tegenstand van de officieren. Militaire en civiele strategiqsche gebouwen worden bezet. Troepen uit Hamburg worden gezonden om de revolutie neer te slaan. Van zodra de soldaten uit Hamburg in het station van Kiel aankwamen werden zij verwelkomd door de matrozen en ontwapend. Velen onder hen verbroederden met de muiters. De revolutie breidt zich uit. De arbeiders van de scheepswerven en van de zware industrie uit Kiel staken uit solidariteit. De linkse partijen trachten de beweging in goede banen te leiden : zij organiseren een tijdelijke Centrale arbeiders- en soldatenraad, de nieuwe beleidspool in Kiel. De vertegenwoordiger van de democratische regering wordt goed onthaald. Het wordt tijd dat de regering inziet dat het moment is aangebroken om effectief de politieke en militaire macht in handen te nemen. De matrozen vrezen nog steeds de komst van legereenheden getrouw aan de Keizer. Daarom gaan zij in groepjes door Noord-Duitsland en daarna in heel Duitsland , en misschien ook in Brussel, om het goede woord te verkondigen.  In de grote Duitse industriële steden worden stakingsraden democratisch verkozen en vervangen de gemeenteraden. De linkse politieke partijen (MSPD en USPD) proberen alsnog de revolutionaire beweging in hun voordeel te leiden. Zij benoemen raden van volkscommissarissen, een socialistische tegenregering. Onafhankelijke socialisten worden bevrijd, en zij zetten hun kameraden aan om alle gevangenen uit de militaire en civiele gevangenissen te bevrijden.

Op 23 oktober 1918 lanceert de Italiaanse opperbevelhebber, generaal A. Diaz, vanuit zijn linie op de Piave, een offensief tegen de Oostenrijks-Hongaarse troepen in Noord-Italië. Het Vierde Italiaanse Leger heeft als opdracht door te dringen tot het centrum van de Oostenrijks-Hongaarse defensielinie in de buurt van de Monte Grappa. Het Achtste Leger, gesteund door het 10de en 12de Frans-Britse leger, rukt op in de richting van de stad Vittorio Veneto.

De Italianen hebben 57 divisies, de Britten 3 en de Fransen 2 verzameld voor de slag bij Vittorio Veneto. Van hun kant hebben de Oostenrijkers en Hongaren slechts 52 divisies wiens moreel op een laag pitje staat.

Van in het begin van het Geallieerd offensief, raakt het Vierde Italiaanse leger op de Monte Grappa geblokkeerd. Dit is geen probleem, want het belangrijkste doel is en blijft de stad Vittorio Veneto. In een eerste fase, bieden de Oostenrijks-Hongaarse troepen hevige weerstand en blokkeren de Italianen op de oever van de Piave. Het Franse 12de leger geraakt aan de overkant van de rivier en verstevigd zijn bruggehoofd. De Britten doen hetzelfde. Op 28 oktober 1918 zijn beide bruggehoofden genoeg verstevigd en kunnen de Geallieerden hun opmars verder zetten. Eind oktober veroveren en bezetten de Italianen en de Geallieerden de stad Vittorio Veneto, wat een wig drijft tussen de Oostenrijks-Hongaarse troepen.

Het Oostenrijks-Hongaarse leger valt iedere dag meer uiteen. Op 2 november bereiken de Italianen de vijandelijke linies bij de Tagliamento, terwijl de Frans-Britse troepen koers zetten naar Trento, die op 3 november in de handen valt van de Italianen. Tijdens deze slag hebben de Oostenrijks-Hongaarse troepen 300.000 manschappen verloren (gesneuvelden, gewonden en krijgsgevangenen) en de Italianen 38.000 (gesneuvelden en gewonden).

Na de zware nederlaag bij Vittorio Veneto vraagt de Oostenrijks-Hongaarse overheid een wapenstilstand. Ondertussen is een Italiaanse militaire expeditie in de haven van Triëste aangekomen. s'Anderendaags wordt een wapenstilstand tussen de Bondgenoten en de afgevaardigden van het Habsburgse Rijk in het Villa Giusti (bij Padua) getekend. De dubbele monarchie is dood en wordt vervangen door onafhankelijke staten : Oostenrijk (12 november), Hongarije [30 oktober], Tsjechoslovakije (28 oktober en 30 oktober: de Slovaken voegen zich bij de Tsjechen), het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (het latere Joegoslavië) (29 oktober). Deze onafhankelijke staten hebben heel wat bloedvergieten veroorzaakt : revoluties en gevechten tussen verschillende ethnische groepen.

Op 11 november 1918, heeft Keizer-Koning Karel I het koningschap verlaten, zonder troonsafstand te doen en is eerst naar Neder-Oostenrijk en daarna naar Zwitserland uitgeweken. De Duits-Oostenrijkse republiek werd op 12 november 1918 uitgeroepen.

 

Uitgeput door vier jaar oorlog, gepaard gaande met terreinverlies en veel gesneuvelde soldaten, start het Ottomaanse rijk op 27 oktober 1918 onderhandelingen met de Geallieerden (de Britten) om een wapenstilstand te bekomen. De onderhandelingen vinden plaats aan boord van het slagschip HMS Agamemnon, in de haven van het Griekse eiland Mudros. Aangezien de Britten zo vlug mogelijk de strijd wilden stoppen in het Midden-Oosten, hebben zij hun eisen aanvaardbaar gemaakt voor de Turken. Dit is de reden waarom de onderhandelingen slechts 4 dagen geduurd hebben. De wapenstilstand werd op 30 oktober 1918 getekend en werd van kracht vanaf 12u00 de zelfde dag.

Dit zijn enkele voorwaarden door de Bondgenoten opgelegd : vrije doorgang verlenen door de Bosforus naar de Zwarte Zee aan de Geallieerde zeemachten; overgave van alle Turkse garnizoenen buiten Anatolië; het recht om de gewezen Ottomaanse gebieden te bezetten in geval van onlusten; onmiddellijke demobilisatie van alle Turkse strijdkrachten (luchtmacht en landmacht); bezetting door de Geallieerden van alle strategische gebieden en spoorlijnen en de terugtrekking van alle Turkse strijdkrachten uit de Kaukasus achter de oude landsgrenzen met Tsaristisch Rusland.

Een vredesverdrag kwam pas later ten nadele van de Turken, die in opstand kwamen onder leiding van generaal Kemal Atatürk.

De derde fase van het Geallieerd offensief in België begint op 31 oktober 1918. De Belgische en Franse troepen trachten tevergeefs het Afleidingskanaal van de Leie over te steken.

Meer naar het zuiden slagen de Frans-Amerikaanse en Britse troepen, eerst rond Waregem tegengehouden, uiteindelijk de Schelde te bereiken. De Amerikanen steken de Schelde over bij het plaatsje Eine (bij Oudenaarde), waar thans de Ohiobrug staat. Op 2 november trekken de Duitsers zich massaal terug achter het kanaal Gent-Terneuzen. Tijdens dit offensief speelt het Belgisch leger een kleinere rol en volgt op de voet de Duitse terugtrekking. Op 3 november bereiken de Belgen het kanaal Gent-Terneuzen. Op 9 november wordt de Schelde overgestoken; Oudenaarde valt in handen van de Bondgenoten, die hun opmars verder zetten richting Brussel. Zij komen er aan na de Wapenstilstand.

Gent wordt op 10 november 1918 bevrijd na het vertrek van de laatste Duitse soldaat. Edward Anseele wordt waarnemend burgemeester tot de terugkomst van de wettelijke burgemeester van Gent, Braun, op 15 november. De Gentse bevolking toont haar haat jegens de Activisten door hun huizen te plunderen.