Op 11 september 1918, aanvaardt Koning Albert I het commando over de legergroep Vlaanderen

Tijdens de vergadering van 9 september 1918 te De Panne tussen Maarschalk Foch en Koning Albert I, aanvaardt de koning principieel dat hij het commando krijgt over de legergroep Vlaanderen, bestaande uit het Belgisch leger, het 2de Britse leger (en enkele Amerikaanse divisies), het 2de en 7de Franse legerkorps, artillerie en ruiterij. De koning kreeg als steun, de Franse generaal Degoutte en zijn stafmedewerkers. Tijdens zijn onderhoud met Maarschalk Foch op het kasteel Bombon (Seine-et-Marne), op 11 september 1918, geeft de Koning zijn officieel antwoord en wordt de facto opperbevelhebber van de Legergroep Vlaanderen.

Deze beslissing was een hele ommekeer voor de koning, die altijd geweigerd heeft dat het Belgisch leger deel uit zou maken van een groter geheel. Maar aangezien de bevrijding van het Vaderland nabij was, kon hij niet anders dan de leiding van een legergroep waarin het Belgisch leger geïntegreerd was waar te nemen. Hij stond onder het bevel van Maarschalk Foch, opperbevelhebber van alle geallieerde legers op het Westelijk front.

Op 28 september 1918, gaat de Legergroep Vlaanderen ten aanval en heeft als doel de streek tussen het Noorden van de Leie, tussen Armentières (Noord-Frankrijk) en de Nederlandse grens van de Duitsers te bevrijden.