De Slag van Vittorio Veneto en de ineenstorting van het Habsburgse Rijk, 23 oktober - 3 november 1918

Op 23 oktober 1918 lanceert de Italiaanse opperbevelhebber, generaal A. Diaz, vanuit zijn linie op de Piave, een offensief tegen de Oostenrijks-Hongaarse troepen in Noord-Italië. Het Vierde Italiaanse Leger heeft als opdracht door te dringen tot het centrum van de Oostenrijks-Hongaarse defensielinie in de buurt van de Monte Grappa. Het Achtste Leger, gesteund door het 10de en 12de Frans-Britse leger, rukt op in de richting van de stad Vittorio Veneto.

De Italianen hebben 57 divisies, de Britten 3 en de Fransen 2 verzameld voor de slag bij Vittorio Veneto. Van hun kant hebben de Oostenrijkers en Hongaren slechts 52 divisies wiens moreel op een laag pitje staat.

Van in het begin van het Geallieerd offensief, raakt het Vierde Italiaanse leger op de Monte Grappa geblokkeerd. Dit is geen probleem, want het belangrijkste doel is en blijft de stad Vittorio Veneto. In een eerste fase, bieden de Oostenrijks-Hongaarse troepen hevige weerstand en blokkeren de Italianen op de oever van de Piave. Het Franse 12de leger geraakt aan de overkant van de rivier en verstevigd zijn bruggehoofd. De Britten doen hetzelfde. Op 28 oktober 1918 zijn beide bruggehoofden genoeg verstevigd en kunnen de Geallieerden hun opmars verder zetten. Eind oktober veroveren en bezetten de Italianen en de Geallieerden de stad Vittorio Veneto, wat een wig drijft tussen de Oostenrijks-Hongaarse troepen.

Het Oostenrijks-Hongaarse leger valt iedere dag meer uiteen. Op 2 november bereiken de Italianen de vijandelijke linies bij de Tagliamento, terwijl de Frans-Britse troepen koers zetten naar Trento, die op 3 november in de handen valt van de Italianen. Tijdens deze slag hebben de Oostenrijks-Hongaarse troepen 300.000 manschappen verloren (gesneuvelden, gewonden en krijgsgevangenen) en de Italianen 38.000 (gesneuvelden en gewonden).

Na de zware nederlaag bij Vittorio Veneto vraagt de Oostenrijks-Hongaarse overheid een wapenstilstand. Ondertussen is een Italiaanse militaire expeditie in de haven van Triëste aangekomen. s'Anderendaags wordt een wapenstilstand tussen de Bondgenoten en de afgevaardigden van het Habsburgse Rijk in het Villa Giusti (bij Padua) getekend. De dubbele monarchie is dood en wordt vervangen door onafhankelijke staten : Oostenrijk (12 november), Hongarije [30 oktober], Tsjechoslovakije (28 oktober en 30 oktober: de Slovaken voegen zich bij de Tsjechen), het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen (het latere Joegoslavië) (29 oktober). Deze onafhankelijke staten hebben heel wat bloedvergieten veroorzaakt : revoluties en gevechten tussen verschillende ethnische groepen.

Op 11 november 1918, heeft Keizer-Koning Karel I het koningschap verlaten, zonder troonsafstand te doen en is eerst naar Neder-Oostenrijk en daarna naar Zwitserland uitgeweken. De Duits-Oostenrijkse republiek werd op 12 november 1918 uitgeroepen.