Onderhandelingen leiden tot een Wapenstilstand, 8 tot 11 november 1918

De politieke, economische en sociale toestand in Duitsland was catastrofaal, er moest zo vlug mogelijk een einde komen aan het oorlogsgeweld. De Duitse bevolking eiste vrede. De oude bondgenoten van Duitsland, het  Ottomaanse Rijk en het Oostenrijks-Hongaarse Rijk hadden reeds een wapenstilstand getekend en waren uit de oorlog gestapt. De Dubbele Monarchie bestond niet meer, zij was vervangen door nieuwe onafhankelijke staten.

Na één maand onderhandelingen tussen de Duitse afgezanten en de Bondgenoten, bereikte een wapenstilstandscommissie, door een burger geleid, Matthias Erzberger, van de Zentrum Partei, en beschermd door een grote witte vlag, de eerste Franse linies in de nacht van 7 op 8 november 1918. Vervolgens werden zij naar een station geleid, van waar zij met een trein naar het bos van Compiègne vervoerd werden. In een open plaats in het bos te Rethondes ontmoeten zij maarschalk Foch in zijn persoonlijke trein. De zogezegde onderhandelingen gaan onmiddellijk van start. De Bondgenoten lezen de voorwaarden aan de Duitsers gesteld, die enkel het recht hadden om vragen te stellen maar niets te wijzigen aan de voorwaarden. De Duitse afgezanten waren voor een voldongen feit geplaatst.

Na de troonsafstand van de Kaiser en de afkondiging van de Republiek, vroegen de Bondgenoten zich of de afgezanten daadwerkelijk de nieuwe regering vertegenwoordigden. De Wapenstilstand werd op maandag 11 november 1918 om 5u15 s'morgens getekend en kwam in voege om 11u00 stipt.

Om 11u00 zwegen de kanonnen, een doodse stilte heerste op het Westers front. Een oorverdovende stilte, heel ongewoon voor de soldaten van beide kampen die gedurende vier jaar lang kanongebulder, geschreeuw en geweerschoten gehoord hebben.